Graeme Richardson-Locke brengt hulde aan de medeoprichter van FESPA en gaat uitgebreid in op diens lange carrière, technische innovaties, artistieke samenwerkingen en zijn inzet voor het verhogen van de normen binnen de sector.
Er zijn maar weinig mensen die kunnen beweren de geschiedenis van de zeefdruk zo volledig te hebben meegemaakt als Michel Caza. In zijn eigen biografie beschrijft Michel zijn meer dan zes decennia in de sector niet louter als een carrière, maar als een vorm van „monomanie”. Dat is een veelzeggend woord. Voor hem was zeefdrukken nooit alleen maar een druktechniek. Het was een obsessie, een taal, een ambacht, een wetenschap, een kunstvorm en bovenal een manier van leven.
Het verhaal van Michel begon in 1954 in Stockholm, waar hij op negentienjarige leeftijd in een kelderatelier aan de slag ging terwijl hij sociologie en journalistiek studeerde. Daar maakte hij kennis met de praktische wereld van de zeefdruk: het handmatig snijden van film, de vroege Svantesson-machines (later SVECIA), nylon gaas en fotostencils, wat destijds nog bijna als een geheim proces werd beschouwd. Zelfs in deze eerste baan zagen zijn werkgevers al zijn energie, precisie, intelligentie en natuurlijke aanleg. Wat begon als werk, groeide al snel uit tot een levenslange toewijding.
Toen Michel in 1957 terugkeerde naar Frankrijk, brak voor hem een periode van intensieve leerervaringen aan. Hij werkte samen met Castelli en ontmoette veel van de mensen die de Europese zeefdruk zouden vormgeven, waaronder Louis Dubuit, Jacques Mounier en anderen die apparatuur, inkt en methoden ontwikkelden. Het waren jaren van zware arbeidsomstandigheden, drogen op rekken, agressieve chemicaliën en handmatige processen. Maar het waren ook jaren vol ontdekkingen. Michel leerde door te doen, door vragen te stellen en door te experimenteren. Dit werd een van de kenmerkende aspecten van zijn carrière: hij nam nooit zomaar genoegen met de grenzen van het proces zoals anderen die beschreven.
Begin jaren zestig was Michel al bezig met schrijven, lesgeven en het helpen vestigen van de zeefdruk als een serieuze grafische techniek. In 1959 raakte hij betrokken bij het tijdschrift Le Sérigraphe, later omgedoopt tot Décoration POP Sérigraphie. In dezelfde periode ontstond de Franse Vereniging voor Zeefdruk en werd het eerste officiële diploma in zeefdruktechnologie in Frankrijk ingevoerd. In 1961 werd FESPA opgericht, een samenwerkingsverband van nationale zeefdrukverenigingen uit heel Europa. Michel maakte deel uit van deze vormende wereld: een netwerk van drukkers, leveranciers, docenten en vernieuwers die begrepen dat de sector behoefte had aan structuur, kennisuitwisseling en internationale samenwerking.
Wat Michel onderscheidde, was de manier waarop hij praktische vaardigheid combineerde met theorie. Hij beschouwde zeefdruk niet als een primitieve methode die alleen geschikt was voor effen blokkleuren. In 1961 werkte hij al met vierkleurendruk en halftoonafbeeldingen met 133 lijnen. In 1963 verdiepte hij zich in de theorie van ‘kleurensuperpositie’ – het over elkaar leggen van kleuren om een veel breder kleurengamma te creëren – en deed hij onderzoek naar halftoonafbeeldingen zonder conventionele stippen, een voorloper van stochastische rastering. Zijn boodschap was duidelijk: zeefdruk kon nauwkeurig, subtiel en technisch geavanceerd zijn. Het kon toon, detail en rijkdom weergeven. Het kon ten dienste staan van de kunst, de reclame en de industrie.
Zijn eerste belangrijke boek, *Techniques of Screenprinting*, verscheen in 1963. Dit was meer dan alleen een handleiding. Het maakte deel uit van een bredere missie om praktische ervaring om te zetten in gedeelde kennis.
Michel begreep dat, wil zeefdruk zich verder ontwikkelen, drukkers meer nodig hadden dan alleen trucjes en vastgeroeste werkplaatsgewoonten. Ze hadden behoefte aan uitleg, structuur, herhaalbare methoden en zelfvertrouwen.
In de jaren zestig kwam Michel ook in het middelpunt van de artistieke zeefdruk terecht. Hij werkte samen met kunstenaars en raakte betrokken bij de energie van die tijd, waaronder de visuele cultuur rond 1968. Hij gaf les aan het Hornsey College of Art in Londen en hield zich bezig met zeefdruk, lithografie en gravure. In 1969 richtte hij Sérigraphie Michel Caza op in Franconville, waarmee een nieuwe fase begon die gericht was op beeldende kunst, reclame voor verkooppunten en creatieve drukwerk. In de daaropvolgende jaren drukte hij voor een buitengewoon breed scala aan kunstenaars, waaronder grootheden als Dalí, Chagall, Miró, Lichtenstein, Calder, Vasarely, Sonia Delaunay en vele anderen. Zijn boek La Sérigraphie uit 1973, gewijd aan kunstzeefdruk, droeg ertoe bij dat het proces, zoals hij het noemde, zijn „adellijke status“ kreeg.
Het belang van Michel ligt echter niet alleen op artistiek vlak. Hij was ook een van de grote technische vernieuwers op het gebied van zeefdruk. Halverwege de jaren zeventig raakte hij nauw betrokken bij de ontwikkeling van UV-zeefdruktechnologie, waarbij hij nauw samenwerkte met Jacques Mounier en Jean-Pierre Vives bij het bedrijf Dubuit. Hun doel was ambitieus: veel op oplosmiddelen gebaseerde systemen vervangen door één inkttechnologie en de afhankelijkheid van oplosmiddelen verminderen. Michel zag de voordelen op het gebied van milieu, techniek en productie al lang voordat UV de norm werd. Hij promootte de technologie internationaal, onder meer in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, en publiceerde in 1980 *The Theory and Practice of UV Screenprinting *. Dit werk droeg ertoe bij dat UV-uitharding werd erkend als een belangrijke stap voorwaarts voor de industrie.
Tegelijkertijd verloor Michel nooit het contact met de praktijk van de productie. Nadat hij in 1978 een bedrijf had gesloten, keerde hij al snel terug naar de drukkerij toen de Israëlische kunstenaar Dan Reisinger en de redacteuren Léo en Mauricio Deicas hem vroegen om het project „Scrolls of Fire“ te produceren: Het is een monumentaal en beroemd meesterwerk over de joodse diaspora, uitgebeeld in 53 originele prenten in oplagen van elk 250 exemplaren. Om het werk binnen het strakke tijdschema te voltooien, huurde hij speciaal hiervoor een tijdelijk atelier in Pontoise. Dit werk raakte hem diep en betekende een keerpunt voor Caza. Dit was het moment waarop hij besloot terug te keren naar de beeldende kunst, de reclame en het industrieel drukwerk. Atelier d’Art Michel Caza verhuisde vervolgens naar het nabijgelegen Cergy en begon met het verfijnen van wat hij ‘het Cazaway-proces’ noemde. Er ontstond een nieuwe technologie en zijn uitleg is belangrijk: „Onderzoek kan niet los worden gezien van de dagelijkse realiteit van de drukpraktijk. De drukpers is de plek waar problemen aan het licht komen, waar ideeën worden getest en waar toekomstige ontwikkelingen ontstaan.” Op dat moment ontmoette hij Thérèse – een sleutelmoment in hun zeefdrukverhaal – en vanaf dat moment bouwden ze samen Graficaza op.
De jaren tachtig brachten verdere vernieuwingen met zich mee. Michel ging werken met zeefdrukramen met hoge spanning nadat hij Don Newman in Chicago had ontmoet (Newman-rolframes) en maakte deze vanaf 1984 tot een vast onderdeel van zijn dagelijkse werk. Zijn ateliers breidden zich uit, eerst in Cergy en vervolgens via Graficaza, waar kunst, reclame en industrieel werk samenkwamen. Hij bleef de technische grenzen verleggen: fijne halftoonlijnen, stochastische rastering, halftoonafbeeldingen met 300 lijnen en later stochastisch werk met 650 pixels per inch. Ook zette hij zijn onderzoek voort naar UV-inkten voor lastige materialen, waaronder polypropyleen, polyester en aluminium.
Er volgde erkenning. Michel raakte betrokken bij de Academy of Screen Printing Technology en won in veertien jaar tijd meer dan 160 prijzen op het gebied van kunst, textiel, uitgeverij, POP, keramiek, posters, reclameborden, ansichtkaarten, zelfklevende materialen, hout en metaal. Hij won ook talrijke FESPA-prijzen, waaronder maar liefst 22 prijzen op FESPA 1996. Toch waren deze prijzen niet louter persoonlijke trofeeën. Ze toonden aan wat zeefdruk kon bereiken wanneer technische kennis, gedisciplineerde productie en creatieve ambitie hand in hand gingen.
Michels band met FESPA stond centraal in zijn internationale inzet, aangezien hij de organisatie in 1962 mede had opgericht. Hij was een pionier van het vroege Europese zeefdruknetwerk, keerde later terug naar de Franse vereniging en trad in 1989 opnieuw toe tot het bestuur van FESPA. In 1996 werd hij voorzitter van FESPA. Tegen die tijd had hij al decennia lang zeefdrukkers over de hele wereld bijgestaan via seminars, artikelen, boeken, demonstraties en persoonlijke begeleiding. Zijn invloed reikte van Europa tot Noord-Amerika en Azië, van Denver tot Singapore, Peking, Stavanger, Birmingham, Chicago, Milaan, Stockholm, Barcelona, Zürich, New Orleans, Montreal en Toronto.
Voor de huidige FESPA-leden kan de bijdrage van medeoprichter Michel Caza op drie duidelijke manieren worden begrepen.
Ten eerste heeft hij ertoe bijgedragen dat zeefdruk van een ambacht tot een industrie is uitgegroeid. Hij had respect voor het ambacht, maar wilde dat het systematisch en meetbaar zou worden en aan de moderne productie-eisen zou kunnen voldoen.
Ten tweede toonde hij aan dat zeefdruk zowel artistiek als industrieel kon zijn. Hij schakelde moeiteloos tussen kunstdrukken, POP-displays, stickers, museumreproducties, keramische decals, membraanschakelaars, auto-instrumentenpanelen, geleidende inkt en textieltoepassingen.
Ten derde deelde hij zijn kennis gul. Hij heeft honderden drukkers opgeleid, geïnformeerd en geïnspireerd. Hij schreef, gaf les, demonstreerde en daagde anderen uit om hun normen te verhogen. Degenen die bij Michel in de leer zijn geweest of stage hebben gelopen en begrepen dat de intense focus op het verbeteren en optimaliseren van het proces van onschatbare waarde is, hebben enorm geprofiteerd van zijn aanpak. Ik herinner me nog dat Michel en Therese Caza bij ons in Brighton logeerden en onze discussies over de voordelen en uitdagingen van 300 lpi-rasterafbeelding in de kunstzeefdruk, en de twee dagen waarin we elk element onder de loep namen: van de zeefspanning en de dikte van de sjabloon tot de reologie van de inkt en de kleurvolgorde bij CMYK-productie. Toen ik in 1984 mijn eigen reis in de zeefdruk begon, dacht ik dat ik wel het een en ander wist, maar Michel herinnerde me aan het belang van voortdurend leren, dat nieuwe gebieden opent om te verkennen en nieuwsgierig naar te zijn in het streven om onze doelen te bereiken.
Michel schreef ooit dat zeefdrukkers „beeldmakers” waren geworden, terwijl ze toch zeefdrukkers bleven. Die uitspraak vat zijn nalatenschap treffend samen. Hij beschouwde het proces niet als een beperkte techniek, maar als een flexibele technologie voor het creëren van beelden met een buitengewoon breed toepassingsgebied. Zijn leven herinnert ons eraan dat vooruitgang in de drukkerij voortkomt uit nieuwsgierigheid, discipline, samenwerking en de moed om gevestigde grenzen in twijfel te trekken.
Voor FESPA is Michel Caza meer dan alleen een voormalig voorzitter. Hij maakt deel uit van het levende geheugen van de federatie: een drukker, schrijver, docent, onderzoeker en pionier wiens werk de moderne zeefdruk heeft helpen vormgeven en wiens voorbeeld nog steeds een duidelijk voorbeeld is voor elke drukker die zich wil verbeteren.
Tot slot: opmerkelijke mensen zoals Michel hebben alles gegeven om de basis te leggen voor degenen onder ons die later kwamen, en we zijn hen veel dank verschuldigd voor hun toonaangevende innovatie en professionaliteit. Zeefdruk is nog steeds een levendig en opmerkelijk creatief proces dat, hoewel het in sommige markten is verdrongen door grootformaat inkjet, nog steeds die creatieve toets van fluorescerende kleuren, metallic effecten, geur, glitter, vernis of structuur kan bieden om het gewone tot iets buitengewoons te verheffen.
Michel Caza is op 23 mei 2026 op 91-jarige leeftijd overleden – We zullen hem missen, maar we dragen zijn geest voort.