Afzuiging bij digitaal drukken: wanneer is dit echt nodig? Afhankelijk van het type inkt – of deze nu op waterbasis, UV-uithardend, op basis van oplosmiddelen of latex is – gelden er verschillende eisen op het gebied van ventilatie en arbeidsveiligheid.

In de digitale drukindustrie speelt de keuze van de inkt niet alleen een doorslaggevende rol voor de afdrukkwaliteit, maar ook voor de veiligheid op het werk. Terwijl moderne druksystemen steeds efficiënter worden, blijft de vraag bestaan: moeten productieruimtes worden uitgerust met afzuiging of ventilatie? Het antwoord hangt sterk af van het type inkt dat wordt gebruikt. Wettelijke voorschriften, emissiegrenswaarden en gezondheidsrisico’s zijn daarbij net zo belangrijk als de technische aanbevelingen van de fabrikanten.

Printers met inkt op waterbasis, of ze nu voor papier, folie of textiel worden gebruikt, hebben meestal geen afzuiging nodig. Foto: S. Angerer

Inkt op waterbasis: nauwelijks uitstoot, maar niet helemaal zonder risico’s

Inkt op waterbasis wordt beschouwd als de meest milieuvriendelijke oplossing wat emissies betreft. Deze inkt bestaat voornamelijk uit water en bevat slechts kleine hoeveelheden additieven, zoals glycolen of kleurstoffen. Bij grote productievolumes kunnen deze stoffen echter toch een lichte geurhinder veroorzaken.

In de regel zijn er geen speciale afzuiginstallaties nodig, mits de printers in goed geventileerde ruimtes worden gebruikt. Fabrikanten zoals Epson of Canon raden niettemin aan om voor basisventilatie te zorgen, om de concentratie van vluchtige stoffen laag te houden. Voor grootformaat inkjetdruk met inkt op waterbasis is dit meestal voldoende.

UV-uithardende inkt: een blik op ozon en foto-initiatoren

Anders ligt het bij UV-uithardende inkten, die op grote schaal worden gebruikt in de reclametechniek en bij het industriële digitaal drukken. Deze inkten bevatten Foto-initiatoren, die onder UV-licht reageren en de verf doen uitharden. Tijdens het uithardingsproces kunnen er kleine hoeveelheden ozon ontstaan, met name bij oudere lamptechnologieën. Ozon is een sterk oxidatiemiddel en kan de luchtwegen irriteren.

Moderne LED-UV-systemen verminderen de ozonvorming aanzienlijk, maar toch raden fabrikanten zoals Mimaki of Durst een afzuigsysteem of op zijn minst actieve ruimteventilatie. Bovendien kunnen bij het drukken met UV-uithardende inkt niet-vernette monomeren en foto-initiatoren in de binnenlucht terechtkomen. Dit kan irritatie van de huid en de luchtwegen veroorzaken.

Krachtige digitale printers met UV-uithardende inkt zijn daarom vaak ontworpen met een behuizing die tijdens het afdrukken gesloten moet blijven. Dat vergemakkelijkt ook de afzuiging. In veel landen zijn de afgelopen jaren namelijk strenge grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen op de werkplek ingevoerd. Zonder afzuiging en reiniging van de afvoerlucht zouden deze grenswaarden niet meer gehaald kunnen worden.

Inkt op basis van oplosmiddelen bevat VOS, waarvoor in de meeste landen grenswaarden zijn vastgesteld. Foto: S. Angerer

Inkt op basis van oplosmiddelen: VOS als grootste probleem

Inkt op basis van oplosmiddelen, zoals die bij het klassieke drukwerk voor reclamedoeleinden op PVC-folie wordt gebruikt, bevat organische oplosmiddelen. De VOS (vluchtige organische stoffen) verdampen tijdens het drukproces. Dit kan hoofdpijn, irritaties en op lange termijn gezondheidsschade veroorzaken.

Fabrikanten zoals Roland DG of Mutoh wijzen daarom in hun handleidingen uitdrukkelijk op de noodzaak van afzuiging. In veel landen is technische ventilatie voor oplosmiddelgebaseerde druksystemen wettelijk verplicht. Ook de geurhinder is een praktisch argument: zonder afzuiging is prettig werken nauwelijks mogelijk. Want bij onaangename geuren kunnen medewerkers zich al snel erg onwel voelen, zelfs als de stoffen in de lucht niet in de strikte zin van het woord schadelijk zijn voor de gezondheid. Voor eco-solvent-inkten geldt: ze zijn minder agressief, maar niet volledig emissievrij. Goede ventilatie blijft verplicht.

Latex-inkten, zoals die vooral door HP worden aangeboden, worden beschouwd als emissiearm en geurloos. Foto: S. Angerer

Latex-inkten: een tussenoplossing met voordelen

Latex-inkten, zoals die vooral worden gebruikt door HP die worden aangeboden, worden beschouwd als emissiearm en geurloos. Ze zijn op waterbasis, maar bevatten latexpolymeerdeeltjes en kleine hoeveelheden additieven. HP prijst het product aan met de „ “Greenguard”-certificaat voor veel van zijn systemen, wat de lage emissies bevestigt. Toch raden de fabrikanten basisventilatie aan, met name bij hoge productievolumes. Afzuiging is doorgaans niet nodig, wat latexsystemen aantrekkelijk maakt voor veel drukkerijen die belang hechten aan arbeidsveiligheid en milieuvriendelijkheid.

Wettelijke voorschriften en aanbevelingen van de fabrikant

De afzuigverplichting hangt niet alleen af van het soort inkt, maar ook van nationale voorschriften. In Duitsland stelt het Duitse federale instituut voor arbeidsbescherming en arbeidsveiligheid de grenswaarden voor VOS en andere emissies op de werkplek vast. Fabrikanten zoals HP, Mimaki, Roland DG Daarom geven Durst en Durst in hun handleidingen duidelijke aanbevelingen voor de ventilatie. Deze moeten absoluut in acht worden genomen, aangezien ze niet alleen betrekking hebben op de arbeidsveiligheid, maar ook op de garantievoorwaarden.

Conclusie: duidelijke richtlijnen voor de praktijk

Of afzuiging nodig is, hangt af van het type inkt en de productieomgeving. Inkt op waterbasis en latexinkt zijn relatief onproblematisch; basisventilatie volstaat meestal. UV-uithardende inkt en inkt op basis van oplosmiddelen vereisen daarentegen actieve afzuiging om ozon, VOS en andere schadelijke stoffen veilig te verwijderen. Drukkerijen dienen de specificaties van de fabrikant en de wettelijke voorschriften nauwkeurig te controleren en hiermee rekening te houden bij hun investeringsbeslissingen. Zo kunnen gezondheidsrisico’s tot een minimum worden beperkt en kan een veilige werkplek worden gewaarborgd.