Onder invloed van de groeiende vraag naar personalisatie en duurzaamheid verschuift de markt voor digitale interieurdecoratie naar designgerichte „interieurmode“. Technologische innovaties zoals het aanbrengen van UV-geltexturen in lagen en duurzame textieldruk maken maatwerk op aanvraag mogelijk. Dit print-on-demand-model maakt een einde aan overproductie, waardoor milieuafval wordt teruggedrongen en tegelijkertijd wereldwijde kansen voor ontwerpers worden gecreëerd.
Wat als het nooit echt de bedoeling was geweest om een muur of raam te bedekken? Wat als het juist de bedoeling was om het aan te kleden – om het textuur, karakter en een heel eigen verhaal te geven?
Die provocerende nieuwe invalshoek stond centraal tijdens het panelgesprek „Decor on Demand: Design to Dispatch”, dat plaatsvond tijdens de FESPA-conferentie in Barcelona in mei 2026. Daar kwamen drie van de meest invloedrijke stemmen uit de sector bijeen om de ingrijpende veranderingen in kaart te brengen die de manier waarop interieurproducten worden ontworpen, geproduceerd en geleverd, opnieuw definiëren. Onder leiding van Debbie McKeegan, CEO van Texintel en FESPA Textile Ambassador, bracht de discussie Mathew Faulkner van Canon, Terry Raghunath van HP en Rodd Harrison van Mimaki bijeen – die elk een eigen perspectief boden op een sector die McKeegan terecht omschreef als „rijp voor disruptieve verandering”.
En de cijfers geven haar gelijk. De markt voor digitale decoratie zal naar verwachting tot 2030 groeien met een CAGR van maar liefst 20,3%. Maar dit verhaal gaat niet alleen over statistieken. Het gaat over een fundamentele verandering in wat klanten verwachten, wat technologie tegenwoordig mogelijk maakt en wat onze sector aan de planeet verschuldigd is. Dit is wat uit het gesprek naar voren kwam.
De verschuiving in de markt: van functionaliteit naar mode
Het meest opvallende inzicht dat naar voren kwam, was niet van technologische aard, maar filosofisch. Zoals Terry Raghunath van HP het verwoordde: de sector moet ophouden klein te denken. „Hoe inspirerend klinkt het om een muur te bekleden?”, vroeg hij. „Wat als we een muur zouden aankleden? Wat als we het ‘muurmode’ of ‘interieurmode’ zouden noemen?”
Dit is meer dan alleen een slim woordspelletje. Het duidt op een beslissende verschuiving van commoditisering naar designgestuurde waarde. Consumenten, zo stelde Raghunath, kopen oppervlakken tegenwoordig op dezelfde manier als kleding: ze laten zich in de eerste plaats leiden door hun ogen en hun hart. Design staat nu centraal bij de aankoopbeslissing, en dat verandert alles aan de manier waarop producten worden bedacht en verkocht.
Deze transformatie wordt aangedreven door twee krachten:
- Personalisatie en maatwerk. Na de pandemie heeft een trend op het gebied van welzijn en geestelijke gezondheid ervoor gezorgd dat mensen hun eigen leefruimtes steeds vaker zelf willen inrichten en personaliseren. Zoals Mathew Faulkner van Canon opmerkte, wordt deze wens „steeds meer een onderdeel van de manier waarop wij als consumenten nadenken over vrijwel alles wat we doen.”
- Duurzaamheid. De verschuiving naar print-on-demand maakt een einde aan het oude, voorraadintensieve model en vervangt verspilling door precisie.
Er vindt ook een stille herdefiniëring plaats van het doel van een oppervlak. Waarom zou een jaloezie beige moeten zijn? Waarom zou een akoestisch paneel geen bloemmotief mogen hebben? Raghunath pleitte ervoor om puur functionele producten om te vormen tot functionele producten die ook decoratief zijn – en daar zelfs eigenschappen zoals antimicrobiële afwerkingen aan toe te voegen. Met andere woorden: er wordt van het oppervlak gevraagd om meer te doen dan ooit tevoren.
De technologie: democratisering in de praktijk
Als er één woord was dat het panel het beste omschreef, dan was het wel ‘democratisering’.
Nog niet zo lang geleden bedroeg de minimale afname voor digitale wandbekleding ongeveer 200 rollen – op zich al een revolutie vergeleken met de 2.000 tot 3.000 rollen die nodig waren voor analoog drukwerk. Tegenwoordig is de drempel verlaagd tot een oplage van één. Die ene verandering heeft de deuren van de sector geopend voor een geheel nieuwe generatie ontwerpers.
Faulkner wees op de parallelle ontwikkeling in de materiaalkunde als de stille drijvende kracht achter de krantenkoppen. Het aanbod aan bedrukbare materialen is tegenwoordig duizelingwekkend: zelfklevende materialen die zo geavanceerd zijn dat ze jaren later van een muur kunnen worden verwijderd „zonder resten achter te laten en zonder schade aan te richten“, stoffen, kurk bezaaid met geperste madeliefjes, suède, zijde, katoen en biologische stoffen. „Er is geen enkel oppervlak dat nog veilig is voor digitale productie“, merkte McKeegan op.
De panelleden waren het er eveneens over eens dat het digitale niet langer het analoge imiteert, maar het inmiddels overtreft. Zoals Raghunath het verwoordde, waarbij hij zijn vader citeerde: „Je moet zijn waar de ander niet is.” Enkele van de opvallendste innovaties die aan bod kwamen:
- UV- en gel-laagjes voor textuur. Met de flatbed-technologie van Canon in Arizona kunnen nu gestructureerde oppervlakken met een dikte tot vier millimeter worden vervaardigd, waarbij elke laag onmiddellijk wordt uitgehard. Het roll-to-roll-systeem van Canon in Colorado creëert „microstructuren“ over vijf lagen heen – waarbij hout, steen of marmer wordt nagebootst met behulp van de inkt zelf, wat een aanzienlijke meerwaarde per vierkante meter oplevert.
- Het strategisch gebruik van witte inkt. Witte inkt – die onder, boven of naast kleur wordt gedrukt – is allesbehalve een technisch bijproduct, maar brengt ontwerpen juist tot leven. De uitdaging ligt, zoals Raghunath opmerkte, in voorlichting: klanten beseffen vaak pas wat er mogelijk is als je het ze laat zien.
- Duurzame textieldruk. Dankzij de TRAPIS-technologie van Mimaki, gepromoot door Rodd Harrison, kan in één enkel proces op vrijwel elke stof worden gedrukt – of deze nu van biologische, synthetische of gemengde vezels bestaat – en dat met een voetafdruk die zo klein is dat de machine op een podium past. Cruciaal is dat hiermee de op polymeren gebaseerde stoffen worden vermeden, die zulke hoge milieukosten met zich meebrengen.
De praktijkvoorbeelden: daar wordt het pas echt serieus
Theorie is één ding; de praktijk in het bedrijfsleven is iets heel anders. Het panel onderbouwde zijn argumenten met verhalen over daadwerkelijke transformaties.
Harrison gaf het voorbeeld van een Britse behangfabrikant die dagelijks kilometers aan product produceert en die op logische wijze zijn assortiment wilde uitbreiden naar gordijnen en interieurtextiel. Hun probleem? „Ik wil niets met chemie te maken hebben.” Ze beschikten over de ontwerpcatalogus, het online bestelsysteem, het klantenbestand, de betalingsgateways – alles behalve een probleemloze manier om op stof te printen. Dankzij de TRAPIS-oplossing konden ze precies dat doen, digitaal, zonder dat ze daarvoor tientallen jaren aan specialistische kennis hoefden op te doen.
Raghunath vertelde twee even veelzeggende verhalen. Een behangontwerper uit Kaapstad haalt nu ongeveer tweederde van zijn omzet uit de Verenigde Staten – niet door producten de hele wereld over te verschepen, maar door ontwerpen naar drukkerijen in de buurt van zijn klanten te sturen. Een Roemeens bedrijf dat vijf jaar geleden nog niet bestond, verzendt nu behang over de hele wereld. Zonder digitale productie zouden zij geen van beiden toegang hebben gehad tot deze markten.
Dit zijn geen uitzonderingen. Het zijn tekenen dat een sector van de grond af aan wordt hervormd, waarbij geografische ligging en schaalgrootte niet langer bepalen wie er mag meedoen.
De prognose voor de toekomst: weerstand bieden tegen commoditisering
Ondanks al het optimisme kwam het panel steeds weer terug op een nuchtere realiteit: bij deze groei mogen de fouten van de fast fashion niet worden herhaald.
Harrison presenteerde de meest opvallende cijfers van de discussie. Tegenwoordig bestaat 70% van alle wereldwijd geproduceerde textiel uit polyester – een materiaal dat verantwoordelijk is voor ongeveer 10% van de microplastics die in onze oceanen terechtkomen en die inmiddels ook in ons voedsel voorkomen. De recycling van textiel tot textiel bedraagt slechts ongeveer 1%. We bevinden ons, zoals hij het uitdrukte, „nog steeds in een lineaire economie“.
De kansen die digitale technologie biedt, zijn dus niet alleen van commerciële aard, maar ook van ecologische aard. De verwachte verschuiving waarbij tegen 2030 12% tot 20% van de textieldecoratie digitaal wordt gedrukt, zou elk jaar een biljoen liter water en een miljard kilo CO₂ uit het milieu kunnen houden. Print-on-demand versnelt die vooruitgang nog verder door overproductie te elimineren.
Het panel was het erover eens dat creativiteit zelf het meest doordringende tegengif is voor milieuschade. “Niets is zo schadelijk voor een ongezonde industrie als commoditisering,” betoogde Harrison. Hoe meer makers zich kunnen uiten – en hoe meer consumenten beseffen dat ze hun eigen omgeving kunnen personaliseren – hoe verder de industrie zich verwijdert van wegwerpproducten en massaproductie die allemaal op elkaar lijken, en zich richt op op maat gemaakte, gewaardeerde en duurzamere producten.
Wat kunstmatige intelligentie betreft, sloeg McKeegan een voor haar kenmerkende menselijke toon aan. Ze gaf toe dat AI weliswaar een hulpmiddel kan zijn bij het ontwerpen, maar „de mens zoekt de ambachtsman en herkent het kunstmatige.” De creatieve mens blijft onvervangbaar.
Belangrijkste conclusies en actiepunten
Voor ontwerpers, drukkers en merkeigenaren die zich in dit landschap begeven, kwamen verschillende duidelijke prioriteiten naar voren:
- Laat het ontwerp de toon aangeven. Beschouw oppervlakken als mode. Waarde en winstmarge vloeien tegenwoordig voort uit creativiteit en textuur, niet uit concurrentie op basis van de prijs per vierkante meter.
- Stel de juiste vragen aan uw drukker. Welke technologie en materialen gebruiken ze? Bouw een echt partnerschap op in plaats van een puur zakelijke, prijsgedreven relatie.
- Experimenteer met textuur en witte inkt. Dit behoren tot de krachtigste – en te weinig gebruikte – middelen om meerwaarde te creëren en je werk te onderscheiden.
- Omarm de sololoop. Digitale technologie neemt de belemmeringen weg die te maken hebben met minimumafname, geografische beperkingen en voorraadbeheer. Maak gebruik van die flexibiliteit om ideeën uit te proberen en wereldwijde markten te bedienen.
- Maak duurzaamheid tot een kernpunt, niet tot iets bijkomstigs. De overstap naar digitale productie en print-on-demand is de meest effectieve manier om het waterverbruik, de uitstoot en de afvalproductie in de sector terug te dringen.
- Laat je niet verleiden door de fast-fashion-valkuil. Bescherm de ambachtsman, houd bij het ontwerpen rekening met het einde van de levensduur en bouw een circulair model op voordat het product een massaproduct wordt.
Bedrukte interieurelementen zijn niet langer louter decoratie. Het gaat om zelfexpressie, verantwoordelijkheid en een evenwichtiger verhouding tussen wat we maken en wat de planeet aankan. Degenen die dat nu begrijpen, zullen het ver schoppen.
Onze oprechte dank gaat uit naar Mathew Faulkner van Canon, Terry Raghunath van HP en Rodd Harrison van Mimaki voor het feit dat zij zo gul hun tijd, hun ervaring en hun visie op de toekomst van de textiel- en interieurindustrie met ons hebben gedeeld. Dit soort gesprekken geven de sector niet alleen nieuwe inzichten, maar helpen ook vorm te geven aan de richting waarin deze zich verder zal ontwikkelen.