In bedrijven die zich bezighouden met digitaal drukwerk en reclametechniek ontstaat veel afval. Hoe wordt dit productieafval in Duitsland op de juiste manier afgevoerd? Voor veel bedrijven is dit ook een kwestie van overleven.

De afvalverwerking bij de kost ongeveer 70.000 € per jaar PPS. Digital Printing GmbH , schat Steffen Hufnagel. De productieleider in Berlijn en Dresden gaat daarbij uit van in totaal ruim 280 ton afval. Karton en hout, dus in principe goed recyclebare materialen, maken daarvan ongeveer 120 ton uit. Nog eens ongeveer 130 ton belandt in de afvalverbrandingsinstallatie. Ongeveer 40 ton bestaat uit samengestelde kunststoffen, die als gevaarlijk afval worden beschouwd. Verfresten en reinigingsvloeistoffen zijn samen goed voor ongeveer twee ton. Ook deze moeten op een speciale manier worden afgevoerd.

Met ongeveer 150 medewerkers en een jaarlijks drukvolume van 3,5 miljoen vierkante meter behoort PPS. Digital Printing GmbH weliswaar tot de grotere bedrijven in de branche. Uit de voorbeeldberekening blijkt echter ook dat de digitale drukkerijsector inderdaad te maken heeft met een behoorlijk kostbaar probleem op het gebied van productieafval.

Productieafval is bedrijfsafval

Het hangt natuurlijk af van de precieze bedrijfsactiviteit welke soorten afval er bij digitale drukkers en reclametechnici ontstaan. Bij bedrijven die gespecialiseerd zijn in textieldruk kunnen dit transferpapier en restanten stof zijn. Wie zich ook bezighoudt met beurs- en standbouw, moet metaalspaanders en -resten naar de recycling brengen. Bedrijven die lichtreclame aanbieden, voeren waarschijnlijk ook veel elektronisch afval af. En bij alle bedrijven samen ontstaan enorme hoeveelheden oud papier, pallethout, inktkanisters en -cartridges, evenals resten van schoonmaak- en reinigingsmiddelen.

Waar moet het heen? Dat hangt in Duitsland inderdaad sterk af van de lokale omstandigheden. In principe vallen kwesties rond afvalverwerking bij bedrijven echter onder de de wet op de kringloopeconomie en in de verordening inzake bedrijfsafval geregeld. Deze laatste zal in 2026 nogmaals grondig worden herzien. Beide verordeningen hebben tot doel dat zoveel mogelijk afval per soort gescheiden wordt aangeboden. Hierdoor kunnen de grondstoffen namelijk beter worden gerecycled. De Europese Unie heeft zich immers ten doel gesteld om tegen 2050 circulaire economie over te stappen.

In bedrijven worden papier, karton en kartonnen verpakkingen, evenals glas, kunststoffen, metalen en hout nu al gescheiden ingezameld. Het doel is om te voorkomen dat deze materialen op stortplaatsen of in afvalverbrandingsinstallaties terechtkomen, maar in plaats daarvan verder kunnen worden hergebruikt.

Verf- en inkresten, evenals lege jerrycans en cartridges worden beschouwd als „gevaarlijk afval“als ze bepaalde grenswaarden overschrijden of gevaarlijke stoffen bevatten. Ze vallen dan onder het mengverbod en mogen dus niet in andere afvalstromen terechtkomen. Bij gevaarlijk afval moeten bedrijven de geplande verwijdering vooraf met de autoriteiten afstemmen en bewijsstukken bij de hand houden.


Houtafval moet gescheiden en per soort worden afgevoerd. Foto: S. Angerer / KI

Waar moet het afval heen?

Bedrijven kunnen in principe zelf kiezen welke gecertificeerde afvalverwerker hun afval verwerkt. Er zijn echter verschillen per deelstaat wat betreft de „verplichtingen tot afgifte”, met name voor gevaarlijk afval.

Er zijn hiervoor geen uitzonderingen voorzien, zelfs niet voor zeer kleine bedrijven, zo benadrukt men bijvoorbeeld bij de bevoegde milieudienst in Neurenberg. Kleine hoeveelheden gevaarlijk afval kunnen echter via een minder omslachtige procedure worden gerecycled met behulp van zogenaamde verzamelafvalbewijzen. De details kunnen echter per regio verschillen. Dit leidt er overigens toe dat er op de verpakkingen van folies en andere producten voor digitale druk en reclametechniek meestal geen afvalverwerkingsinstructies worden vermeld. Bij producten voor eindgebruikers zijn deze daarentegen wel verplicht.

Het volgende geldt echter: bij onjuiste afvalverwerking of onvoldoende bewijsstukken kunnen in heel Duitsland op grond van de Wet op de kringloopeconomie boetes worden opgelegd tot een bedrag van 100.000 euro. Daarnaast kunnen voor digitale drukkerijen en reclametechnici uit de de Verpakkingswet bij overtredingen van de verplichtingen inzake terugname en verwijdering van verpakkingen.

Vooral voor kleine digitale drukkerijen en bedrijven in de reclametechniek kunnen zulke hoge boetes gemakkelijk het einde betekenen.

Minder productieafval is beter voor het milieu

Bij het drukken van commerciële en digitaal drukwerk ontstaat vooral papierafval. Op papier gebaseerde drukdragers kunnen goed in bestaande recyclingkringlopen worden geïntegreerd. Ze worden daarom als een duurzame oplossing beschouwd.

Typische toepassingen van digitaal drukwerk worden echter meestal op kunststoffolies gedrukt. Door lamineren ontstaat een composietmateriaal dat vaak niet meer per materiaalsoort kan worden gerecycled. „Problemen (bij de afvalverwerking) doen zich vooral voor bij niet-brandbare composietmaterialen”, legt Hufnagel bijvoorbeeld uit. „PVC-zeil wordt vanwege de geïntegreerde en nauwelijks te scheiden polyestervezel bijna als gevaarlijk afval behandeld en is daardoor erg duur om af te voeren. Door de aangebrachte vlamvertrager is het materiaal, in grotere hoeveelheden, ook niet geschikt voor de verbrandingsinstallatie.“

Er worden steeds weer pogingen ondernomen om met name de hoeveelheid composietmateriaal uit de digitale druk en de reclametechniek te beperken. Tot nu toe heeft zich hierop nog geen enkele oplossing op de markt doorgezet. „We hebben een ‚Split-And-Recycle‘-folie ontwikkeld waarbij de druklaag van het substraat kan worden losgemaakt en het hoofdbestanddeel van het product gescheiden kan worden gerecycled. Tot nu toe lijkt de markt hier echter nog niet voor open te staan”, zegt bijvoorbeeld Ina-Maria van Alst, Manager Communications bij Folex Coating GmbH.

Wat inktcartridges en -reservoirs betreft, zijn sommige hardwarefabrikanten daarentegen al in actie gekomen. Zo neemt HP deze op in het kader van Planet Partners terug. Epson heeft een recyclingprogramma, net als Roland DG. Mimaki verzoekt gebruikers hiervoor contact op te nemen met hun vakhandelaar. Daarnaast zijn er in Duitsland een aantal servicebedrijven die gebruikte inktcartridges terugnemen of zelfs opkopen. Vaak worden deze gereinigd en opnieuw gevuld.


Composietmaterialen afkomstig van digitale drukkerijen belanden vaak in de afvalverbrandingsinstallatie. Foto: S. Angerer / KI

Productieafval wordt een economische factor

In de toekomst valt te verwachten dat de voorschriften voor bedrijfsafval nog strenger zullen worden en dat de prijzen voor afvalverwerking zullen stijgen. Voor digitale drukkers en reclametechnici betekent dit dat efficiënt afvalbeheer steeds meer een doorslaggevende factor wordt in de bedrijfskosten. Dit geldt voor bedrijven van elke omvang en betreft niet alleen de drukkerijsector.

Het valt dan ook te verwachten dat klanten voor drukwerk in de toekomst zullen proberen hun leveranciers te verplichten om gedemonteerde zeilen terug te nemen. Dat komt nog maar zelden voor, meldt Steffen Hufnagel van PPS: „Er zijn hier en daar gevallen waarin bij het vervangen van een reclamevlak het eerder geïnstalleerde oude materiaal door ons moet worden afgevoerd.“

Daarom bereidt het bedrijf een proefproject voor, waarbij het bepaalde afvalmaterialen wil terugnemen en in een recyclingproces wil verwerken. De drukwerkklant zou dan een certificaat krijgen voor het nieuw verkregen materiaal. Dat zou vooral interessant zijn voor printinkopers van bedrijven die al verplichting tot milieurapportage onderworpen zijn.

Samenvattend kan dus worden gesteld dat het voor digitale drukkerijen en reclametechnici van elke omvang in de toekomst nog belangrijker zal worden om te zorgen voor een vakkundige afvoer van hun productieafval. Bedrijven moeten dit echter niet alleen zien als een vervelende wettelijke verplichting. Want mits correct geïmplementeerd en gecommuniceerd, kan een efficiënt afvalbeheer namelijk een echt concurrentievoordeel opleveren.